Een DXF exporteren uit AutoCAD voor lasersnijden

Maak een vlakke tekening in millimeters, verwijder dubbele geometrie en controleer de maat in de geëxporteerde DXF.

Voor lasersnijden heb je een vlakke DXF nodig met alleen de lijnen die gesneden of gegraveerd moeten worden. Een bouwtekening met maten, arceringen en een titelblok bevat meer informatie dan de machine nodig heeft. Maak daarom een aparte productieversie.

Werk in het model op ware grootte

Teken in model space op schaal 1:1. Een lijn van 100 tekeneenheden moet 100 mm voorstellen als je een onderdeel van 100 mm wilt maken. Controleer de tekeningeenheden en de export in millimeters. Alleen de eenheid wijzigen schaalt bestaande geometrie niet vanzelf naar de juiste maat.

Haal de extra geometrie weg

Verwijder maatlijnen, kaders, hulplijnen, arceringen en objecten buiten het onderdeel. Zet benodigde tekst om naar vectorcontouren. Bekijk ook wat er in blokken zit: een blok kan extra lijnen bevatten die in de normale weergave nauwelijks opvallen.

Met AutoCAD's OVERKILL kun je dubbele of overlappende lijnen, bogen en polylijnen opschonen. Bekijk de instellingen zorgvuldig; lijnen met verschillende kleuren kunnen verschillende bewerkingen voorstellen. Bewaar eerst een kopie en vergelijk het resultaat.

Sla de productieversie op als DXF

Kies DXF bij het opslaan of exporteren. Gebruik voor vlakgravering gesloten vormen. Sluit een vorm door de eindpunten werkelijk op elkaar aan te laten sluiten, niet door alleen uit te zoomen tot de opening onzichtbaar wordt.

Vergelijk één bekende maat

Open de DXF opnieuw en meet bijvoorbeeld de totale breedte of de afstand tussen twee gaten. Vergelijk dezelfde maat na de upload. Een afwijking met een vaste factor wijst vaak op een eenheids- of schaalverschil; los dat bij voorkeur in het bronbestand op.

Voor kleuren, tekst en tussenruimte gebruik je de tekenregels. Ontbreken vormen na de upload, bekijk dan hulp bij online bestellen.

← Terug naar de kennisbank