Voor lasersnijden heb je een digitale tekening met vectorlijnen nodig. Die lijnen beschrijven de vorm en de afmetingen van het onderdeel. Een foto of JPG beschrijft alleen pixels; de laser kan daar niet rechtstreeks een snijcontour uit volgen.
Vraag eerst het oorspronkelijke bestand op
Heb je een logo, illustratie of technische tekening laten maken? Vraag de ontwerper om het originele vector- of CAD-bestand. Dat is meestal een beter vertrekpunt dan een afbeelding van dezelfde tekening opnieuw overtrekken.
Het portaal accepteert AI, EPS, DXF, SVG en PDF met bruikbare vectorinformatie. Lees welk bestandstype je kunt gebruiken.
Een onderdeel zelf tekenen
Een eenvoudige contour kun je maken in een vectorprogramma zoals Illustrator of Inkscape. Voor technische onderdelen met nauwkeurige gaten en sleuven is een CAD-programma vaak handig. Teken in millimeters op het uiteindelijke formaat en bewaar een versie die je later nog kunt aanpassen.
Begin bijvoorbeeld met de buitencontour en voeg daarna de gaten toe. Graveertekst en symbolen kun je als aparte vectorvormen opnemen. De tekenregels beschrijven hoe je die bewerkingen aangeeft.
Alleen een afbeelding beschikbaar?
Een eenvoudig silhouet of scherp logo kun je soms overtrekken tot vectorvormen. Automatisch traceren kan veel punten, dubbele lijnen en vervormde details opleveren. Bekijk de paden en controleer de maat; een beeld dat visueel lijkt op het origineel is niet vanzelf productieklaar.
Lees wat je kunt doen met een foto of pixelafbeelding. Alleen de bestandsextensie wijzigen converteert de inhoud niet.
Van tekening naar productieversie
Heb je de vormen en afmetingen vastgelegd, maak dan een opgeschoonde productieversie. In de uitgebreide tekenhandleiding vind je daarvoor de stappen en voorbeelden. Een nog uit te werken productconstructie kun je met ons bespreken via conceptontwikkeling.