Met Inkscape kun je een geschikt vectorbestand voor lasersnijden maken. Gebruik bijvoorbeeld SVG als productieformaat. Ook een PDF is bruikbaar wanneer de benodigde lijnen en vormen als vectorinformatie worden opgeslagen.
Stel maat en eenheid in
Kies millimeters in de documentinstellingen en controleer de afmetingen van je onderdeel. Een rechthoek van 80 bij 40 mm moet in het bestand ook die maat hebben. Het paginaformaat is geen snijopdracht; voeg een rand alleen toe als die werkelijk geproduceerd moet worden.
Maak paden en geef ze lijnkleuren
Teken de snijcontouren en geef benodigde vormen een zichtbare lijnkleur. Alleen een gekleurde vulling is niet voldoende. Lijnen voor dezelfde bewerking geef je dezelfde kleur. In het portaal kies je vervolgens per kleur snijden, lijngraveren of vlakgraveren.
Voor vlakgravering moet de vorm gesloten zijn. Wil je tekst gebruiken, selecteer die dan en kies Pad > Object naar pad (Path > Object to Path). Bewaar eerst een bewerkbare kopie.
Verwijder effecten en extra objecten
Foto's, vervaging, schaduwen, maskers en hulplijnen horen niet in de productieversie. Een effect kan er in een PDF hetzelfde uitzien doordat het als afbeelding is opgeslagen; dat levert geen bruikbare lasercontour op. Bekijk de paden zelf en haal dubbele lijnen weg.
Sla een productieversie op
Bewaar het oorspronkelijke SVG-bestand. Voor een PDF kun je een kopie opslaan als Portable Document Format. Open die export opnieuw en vergelijk de vorm en afmetingen. Upload daarna en controleer het resultaat.
Je hoeft een PDF niet naar AI te hernoemen: dat verandert de inhoud niet. Bekijk de tekenregels voor de kleuren en lees zo nodig meer over tekst naar contouren.