Je laserbestand op ware grootte in millimeters maken

Een digitale maat moet overeenkomen met de gewenste productmaat. Controleer dat vóór de export en opnieuw na de upload.

Schaal 1:1 betekent dat de maten in je tekening gelijk zijn aan de maten van het gewenste onderdeel. Een onderdeel van 100 mm breed teken je dus 100 mm breed. Je levert de productieversie aan in millimeters.

Eenheid en schaal zijn twee verschillende dingen

Een tekening kan in millimeters staan en toch verkleind zijn. Andersom kan een vorm de juiste verhoudingen hebben terwijl het bestand in inches is opgeslagen. Meet daarom een bekende maat; alleen de naam van de eenheid bekijken is niet voldoende.

Bij een geïmporteerd logo kan een programma pixels, punten of een andere eenheid gebruiken. Stel het logo bewust in op de gewenste breedte voordat je er een productieversie van maakt.

Kies een maat die je makkelijk terugvindt

Gebruik bijvoorbeeld de buitenbreedte, een gatafstand of de diameter van een cirkel. Controleer die in het bronbestand, in de export en in het portaal. Zo zie je waar een eventuele schaalverandering is ontstaan.

Voeg geen extra maatlijn aan het laserbestand toe: die kan als productielijn worden ingelezen. Bewaar de controlemaat apart of gebruik de meetfunctie van je programma.

Het tekengebied is niet de beschikbare plaat

Een groot tekengebied maakt een onderdeel niet automatisch groter. Extra objecten ver buiten het ontwerp kunnen de gemeten buitenmaat wel beïnvloeden. Verwijder die en bekijk de maximale plaatmaat bij het gekozen materiaal.

Een afwijking herstellen

Klopt de maat na upload niet, controleer dan eerst de bron- en exporteenheden. Schalen in het portaal verandert ook gaten, sleuven en graveringen; controleer die opnieuw als je dat gebruikt. Vooral bij passingen is alleen de buitenmaat geen volledige controle.

Lees voor CAD-bestanden over DXF exporteren. De tekenhandleiding beschrijft de rest van de bestandsopbouw.

← Terug naar de kennisbank